In de Pieterskerk Leiden is werk te zien van de studenten van de Meesteropleiding Coupeur. De Volkskrant schreef recent het volgende artikel: 

Bustes met proefmodellen van jurken. Beeld Jordi Huisman

REPORTAGE DE NIEUWE COUPEURS

400 uur werken aan één jurk: de meesteropleiding coupeur zorgt voor perfectie tot de laatste steek

Het vak van coupeur zit in de lift, ook in Nederland, waar de meesteropleiding coupeur hooggekwalificeerde jonge vakmensen aflevert. Aan het eind van de rit tonen ze hun vaardigheden met een meesterproef.

 

 

Je zou ze de kost moeten geven, de jongens en meisjes die al van piepjongs af aan kleertjes maken voor hun poppen, beren of Barbies. Sommigen daarvan dromen van een leven als wereldberoemd modeontwerper. Anderen dromen juist niet van de roem en het applaus na de modeshow, maar van de aanloop daarnaartoe. Van de stilte en de concentratie van het atelier, het nadenken en puzzelen voor de perfecte pasvorm of de ultieme vouwtechniek. Niet van het bedénken van de meest uitzinnige creaties, maar van het uitvoeren van onmogelijk lijkende ideeën. 

Wie ooit de documentaire Signé Chanel heeft gezien, herinnert zich vast nog de scènes waarin Karl Lagerfeld zaliger snel-snel een paar jurkvormige lijnen op papier zet en die aan de de witgejaste dames van zijn atelier geeft, alwaar ze proberen chocola te maken van ’s mans schetsen. Daar wordt het idee vertaald in stof, in baleinen, pofjes, ruches, strikken en sluitingen, en dat is een Vak met een grote V. In dat vak heten vrouwen coupeuses en mannen coupeurs. Een tijdje terug leek het op z’n retour, want wie kocht er nou nog maatwerk? Vele van de eens zo talrijke Nederlandse ateliers sloten, de productie werd uitbesteed aan werkplaatsen in het Verre Oosten. Maar met de herwaardering voor ambachten en de renaissance van Nederlandse couture en kostuumdrama is ook hier de vraag naar bekwame coupeurs toegenomen. Helaas bleken de studenten die van Nederlandse mbo’s, hbo’s en modevakscholen afkwamen niet vaardig genoeg voor het grote werk. Vandaar dat een aantal Nederlandse couturiers (waaronder Frans Molenaar zaliger, Iris van Herpen en Jan Taminiau) zich samen met het atelier van de Nationale Opera en Ballet hard hebben gemaakt voor een gedegen coupeursopleiding. Lang verhaal kort: dat werd de Amsterdamse Meesteropleiding Coupeur, waar in 2014 de eerste talenten afstudeerden. Sinds twee jaar zwaait Roger Gerards er de scepter. 

Lees het volledige artikel